ECLI:NL:RBNHO:2020:5572
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing Tozo-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, werkzaam als sekswerker, diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze aanvraag werd afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar vanwege onzekerheid over haar identiteit en verblijf in het buitenland. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het oordeel voorlopig is en niet bindend voor een bodemprocedure. Hoewel verzoekster financiële problemen stelde, ontbrak objectief bewijs van acute nood zoals oplopende schulden of dreigende uithuiszetting. Verzoekster had bovendien voorschotten ontvangen en een nieuwe aanvraag ingediend. Het verblijf in het buitenland werd niet als onrechtmatig beoordeeld, maar de beoordeling hierover volgt in bezwaar.
Gelet op het ontbreken van een onomkeerbare situatie en het feit dat het voorschot al was verstrekt, concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.