Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek tot echtscheiding van een Somalisch-Nederlandse echtpaar, waarbij het huwelijk in Somalië was gesloten. De vrouw verzocht de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was omdat de gewone verblijfplaats van partijen in Nederland was.
Hoewel de vrouw geen huwelijksakte kon overleggen, achtte de rechtbank op basis van verklaringen en stukken aannemelijk dat het huwelijk in 2004 in Somalië rechtsgeldig tot stand was gekomen. Het huwelijk werd daarom erkend volgens artikel 10:31 BW Pro. De echtscheiding werd toegewezen omdat het verzoek niet was weersproken en aan de wettelijke eisen voldeed.
De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zou zijn, gezien het ontbreken van contact met de man sinds 2018 en de ondertoezichtstelling van een van de kinderen. Een zorgregeling werd afgewezen vanwege het ontbreken van contact en de aanwezigheid van geweld.
De man werd veroordeeld tot betaling van een kinderbijdrage van €84 per maand per kind en een partnerbijdrage van €134 per maand, berekend op basis van zijn inkomen en de behoefte van de vrouw en kinderen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de mogelijkheid tot hoger beroep werd gegeven.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijfplaats kinderen bij vrouw, man betaalt kinder- en partnerbijdragen.