Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de beschikking van de rechter-commissaris van 11 mei 2020;
- het beroepschrift van 15 mei 2020 van mr. D.E. Lof.
2.De feiten
mr. M. Schuitemaker en als rechter-commissaris is benoemd mr. K. van Dijk, opgevolgd door mr. M.M. Kruithof.
ten aanzien van de auto heeft te gelden dat deze, binnen een jaar voor de toelating tot de WSNP, is weggegeven door de schuldenaar terwijl hij daartoe niet verplicht was. Dat is paulianeus en deze schenkingsovereenkomst had eigenlijk vernietigd moeten worden. Om goed te maken dat er geld aan de boedel is onttrokken dient schuldenaar € 1.000,- in de boedel te storten. Ook zou zijn ex echtgenote dat kunnen doen aangezien zij de auto heeft gekregen. Een andere mogelijkheid is dat de auto terug gaat naar de boedel en dan kan u, als bewindvoerder, deze verkopen.
3.Standpunt van de partijen
€ 1.000,00 binnen de resterende looptijd van de schuldsaneringsregeling aan de boedel te vergoeden.
4.De beoordeling
Tot slot neemt de rechtbank nog het volgende in aanmerking. Appellant heeft verklaard dat hij de auto aan zijn ex-echtgenote heeft geschonken zodat hij zelf nog wel gebruik kon maken van de auto voor ziekenhuisbezoek , maar niet meer verantwoordelijk was voor de kosten van de auto. Gelet op de verklaring van appellant is niet ondenkbaar dat hij de auto op medische gronden had kunnen behouden als hij deze bij de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling nog in eigendom had gehad. Ook in dat geval zou hij niet gehouden zijn geweest tot het betalen van een vergoeding aan de boedel. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot het oordeel dat de beslissing van de rechter-commissaris dat appellant een boedelbijdrage verschuldigd is geen stand kan houden.