ECLI:NL:RBNHO:2020:5350
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigde WAZ-uitkering wegens inkomsten uit krantenwijken
Eiser ontving sinds 1976 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Verweerder herzag de uitkering over 2015-2016 omdat eiser inkomsten genoot uit het lopen van krantenwijken. Verweerder stelde dat deze inkomsten als arbeid met economische betekenis gelden, waardoor de arbeidsongeschiktheidsklasse moest worden aangepast en een deel van de uitkering onverschuldigd was betaald.
Eiser betwistte dat het lopen van krantenwijken als arbeid kon worden aangemerkt en voerde aan dat dit vrijwilligerswerk was. Ook stelde hij dat de berekening van het terugvorderingsbedrag niet voldoende was gemotiveerd, met name over het maatmanloon en het aantal gewerkte uren.
De rechtbank oordeelde dat het lopen van krantenwijken wel degelijk arbeid met economische betekenis is en dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan. De rechtbank vond de berekeningen van verweerder voldoende onderbouwd en concludeerde dat eiser onverschuldigd een deel van de uitkering had ontvangen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 9.542,16 wordt bevestigd.