ECLI:NL:RBNHO:2020:5249

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juli 2020
Publicatiedatum
15 juli 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2946
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verkeersbesluit gemeente Bloemendaal

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een verkeersbesluit van 12 mei 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal. Dit besluit betrof de verwijdering van diverse verkeersborden op specifieke locaties in de gemeente. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verweerder verklaarde bereid te zijn de uitvoering van het verkeersbesluit uit te stellen totdat op het bezwaar is beslist. Verzoeker reageerde niet op een rappel om het verzoek in te trekken.

Gezien het uitstel van uitvoering door verweerder en het ontbreken van reactie van verzoeker, concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen sprake was van onverwijlde spoed. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verkeersbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2946

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder een verkeersbesluit genomen. Daarbij is besloten tot verwijdering van het verkeersbord D04 (verplichte rijrichting) aan het [locatie] te [woonplaats] ter hoogte van perceel [# 1] , verwijdering van het verkeersbord D04 met onderbord OB54 (uitgezonderd fietsers en bromfietsers) aan het [locatie] te [woonplaats] ter hoogte van perceel [# 2] en verwijdering van de verkeersborden C02 en C03 (eenrichtingsverkeer) met onderbord OB54 aan het [locatie] te [woonplaats] ter hoogte van perceel [# 3] .
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond.
2.1
De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
2.2
Verweerder heeft bij brief van 4 juni 2020 verklaard dat hij bereid is te wachten met de uitvoering van het verkeersbesluit totdat op het bezwaar is beslist.
2.3
Op de vraag of dit verzoeker aanleiding geeft om het verzoekschrift in te trekken heeft verzoeker, ook nadat op 29 juni 2020 een rappel is gestuurd, niet gereageerd. Nu verweerder de besluitvorming in bezwaar afwacht alvorens hij uitvoering geeft aan het verkeersbesluit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb geen sprake is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.I. ten Cate, griffier
.Deze uitspraak is gedaan op 16 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare zitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.