ECLI:NL:RBNHO:2020:5213

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juli 2020
Publicatiedatum
14 juli 2020
Zaaknummer
HAA 19/5360
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:24 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden en verzuim

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem van 19 november 2018. Volgens artikel 6:5 van Pro de Awb moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, maar eiseres heeft deze niet vermeld. Zij gaf aan de gronden later aan te vullen nadat het dossier was toegezonden.

De rechtbank wees eiseres er op dat stukken pas worden opgevraagd na ontvangst van de beroepsgronden en verzocht haar binnen vier weken de gronden in te dienen. Deze brief werd echter onbestelbaar geretourneerd en later per gewone post verzonden. Daarnaast was eiseres ook in verzuim met het aanleveren van een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister, waarover zij eveneens werd geïnformeerd.

Eiseres reageerde niet binnen de gestelde termijnen en gaf geen reden voor het verzuim. De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet voldoen aan administratieve vereisten. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en niet-naleving van administratieve verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/5360

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

(gestelde gemachtigde: mr. P.H. Lammerts)
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 19 november 2018.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. In het beroepschrift stelt eiseres dat de gronden van beroep worden aangevuld nadat de rechtbank het volledige dossier aan haar heeft toegezonden. Bij aangetekend verzonden brief van 11 december 2019 heeft de rechtbank aan eiseres medegedeeld dat op grond van artikel 8:42 van Pro de Awb de stukken van verweerder eerst worden opgevraagd na ontvangst van de gronden van het beroep. Om die reden wordt het verzoek van eiseres afgewezen. Eiseres wordt verzocht zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van de brief de gronden van het beroep in te dienen. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling “niet afgehaald, retour afzender”. Vervolgens heeft de rechtbank deze brief aan eiseres per gewone post ter kennisneming toegezonden aan het door eiseres in het beroepschrift opgegeven adres.
4. Verder merkt de rechtbank op dat eiseres, gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb in samenhang met de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, ook in verzuim is geweest binnen de gestelde de gevraagde machtiging en een uittreksel uit het handelsregister over te leggen. Bij de samen met de onder 3 genoemde aangetekend verzonden brief van 11 december 2019 is eiseres gewezen op dit verzuim en is zij verzocht om deze uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiseres niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling “niet afgehaald, retour afzender”. Vervolgens heeft de rechtbank deze brief aan eiseres per gewone post ter kennisneming toegezonden aan het door eiseres in het beroepschrift opgegeven adres.
5. Eiseres heeft op beide brieven niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn gereageerd.
6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.