ECLI:NL:RBNHO:2020:5208

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 juli 2020
Publicatiedatum
13 juli 2020
Zaaknummer
8129713 \ CV EXPL 19-8164
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling geldlening van €3.500 door gedaagde aan Benco Import-Export B.V.

Benco Import-Export B.V. vordert betaling van €3.500, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, van gedaagde. De vordering is gebaseerd op een geldlening die Benco op 5 mei 2016 aan gedaagde verstrekte. Gedaagde betwist dat het om een lening gaat en stelt dat het bedrag een voorschot was aan Provendi voor werkzaamheden.

De kantonrechter onderzoekt de aard van de betaling en concludeert dat het bedrag als geldlening moet worden aangemerkt. Dit volgt onder meer uit een verslag van een bespreking op 16 juli 2018 waarin gedaagde zelf spreekt over een renteloze lening, en uit een e-mail van 31 juli 2018 waarin gedaagde kwijtschelding van de lening verzoekt.

Hoewel gedaagde aanvoert dat de betaling in de boekhouding van Benco als voorschot aan Provendi is verwerkt en dat hierover onderhandeld is, is geen definitieve overeenkomst over deze verrekening vastgesteld. De kantonrechter wijst het verweer af en veroordeelt gedaagde tot betaling van het bedrag, rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.500 met rente en proceskosten aan Benco.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 8129713 \ CV EXPL 19-8164 WD
Uitspraakdatum: 22 juli 2020
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Benco Import-Export B.V.
gevestigd te Vlaardingen
eiseres
verder te noemen: Benco
voor wie is verschenen haar directeur: [naam directeur]
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

1.Het procesverloop

1.1.
Benco heeft bij dagvaarding van 18 oktober 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Bij tussenvonnis van 22 januari 2020 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden als gevolg van de coronacrisis.
1.3.
Benco heeft schriftelijk gereageerd op het antwoord van [gedaagde] , waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
Benco is een rechtspersoon die zich richt op het geven van technisch advies en de ontwikkeling van en handel in technische producten voor de industrie.
2.2.
Op 20 februari 2010 hebben Benco enerzijds en Provendi v.o.f. anderzijds een managementovereenkomst gesloten. De hoedanigheid van contractspartij van Provendi v.o.f. bij deze overeenkomst is op een gegeven moment overgenomen door de besloten vennootschap Provendi Holding B.V. Beiden zullen worden aangeduid als Provendi. [gedaagde] is bestuurder/vennoot van Provendi.
2.3.
Krachtens deze overeenkomst was Provendi belast met het uitvoeren van de commerciële activiteiten voor Benco tegen een door Benco te betalen vergoeding.
2.4.
Op 5 mei 2016 heeft Benco een bedrag van € 3.500,00 op de privébankrekening van [gedaagde] laten overschrijven met daarbij de vermelding: “voorschot/ lening”.
2.5.
In het kader van de beëindiging van de tussen Benco en Provendi gesloten overeenkomst en de financiële afwikkeling daarvan is op 16 juli 2018 een bespreking gevoerd. Bij dit gesprek waren aanwezig, voor zover van belang: Benco, vertegenwoordigd door haar directeur [naam directeur] , en [gedaagde] , namens Provendi. Van deze bespreking is een verslag opgesteld door [gedaagde] . Dit verslag bevat de volgende passages:
“Betreft: Beëindiging overeenkomst van dienstverlening Provendi
Algemene opmerking.In de onderstaande beschreven onderwerpen ziet Benco geen onoverkomelijk zaken. Integendeel. Om tot een juiste financiële afsluiting en tot wederzijdse finale kwijting te komen, dient een en ander nader uitgezocht te worden. Dit zal voor volgende week maandag 23 juli 2018 uitgevoerd en gecommuniceerd zijn door Benco.
1. (…)2. Openstaande leningenNaar de mening van [gedaagde] is er in het verleden een renteloze lening vanuit Benco verstrekt aan [gedaagde] in privé. Echter is hier niets van terug te vinden in de administratie van [gedaagde] of die van Provendi. Benco zal haar administratie raadplegen.”
2.6.
Op 24 juli 2018 heeft Benco aan [gedaagde] een e-mail gestuurd waarin de volgende passage is opgenomen:
“Voor wat betreft de punten 2 en 3 uit jouw email van 16 juli 2018 verwijs ik jou naar bijgaand voorstel verrekening (…)
Het te berekenen bedrag € 3500,00 is volgens de jaarcijfers van Benco, waarvan pagina 13 ik hier ook meestuur.Graag verneem ik of je met dit voorstel akkoord gaat.”
2.7.
Laatstgenoemde e-mail bevat als bijlage een document waarin het volgende is opgenomen:
“Voorstel verrekening met Provendi Holding BV naar aanleiding van besprekingsverslag door [gedaagde] op 16 juli 2018
Te vorderen op Provendi Holding BV (PH)a. (…)b. door Benco tzv leningen aan PH cfm jaarrekening 2016 3,500,--c. (…)Totaal EURO 4,858,23
Netto facturen PH jan 2017- sept 201713,500,--Pro resto na verrekening EURO 8,641,77(…)
Per 1 januari 2019 door PH pro resto te vorderen op Benco EURO 12,000,--”
2.8.
Op 31 juli 2018 heeft [gedaagde] een e-mail gestuurd aan Benco waarin de volgende passages zijn opgenomen:
“We kunnen het elkaar makkelijk maken. Ik zou dat erg op prijs stellen. Als ik vanuit privé moet betalen dan heb ik te maken met 40-50% IB. Het zou voor mij goed zijn als zowel Benco als (…) mij in privé de lening kwijtschelden.
(…)
Ik heb een brief voor Benco en (…) waarin de lening aan [gedaagde] wordt kwijtgescholden.”
2.9.
De e-mail bevat als bijlage een concept- brief die, voor zover van belang, als volgt luidt:
“Onderwerp kwijtschelding
Geachte heer [gedaagde] ,
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Benco Import- Export B.V., (…) heeft besloten de geldverstrekking door Benco aan [gedaagde] op 5 mei 2016 groot vijfendertighonderdeuro (€ 3.500,00) volgens aangehechte leningovereenkomst, kwijt te schelden.
Hoogachtend,Benco Import- Export”
2.10.
Benco heeft [gedaagde] verzocht om terugbetaling van het bedrag van € 3.500,00. [gedaagde] heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
Benco vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de kosten van dit geding, de daarover verschuldigde rente en de nakosten.
3.2.
Benco voert daartoe, kort gezegd, als volgt aan. Op 5 mei 2016 heeft Benco aan [gedaagde] een geldlening verstrekt voor een bedrag van € 3.500,00. Dit bedrag is ook door [gedaagde] ontvangen. [gedaagde] is gehouden om dit bedrag aan Benco terug te betalen. Desondanks weigert [gedaagde] , ondanks verzoek daartoe van Benco, het bedrag terug te betalen.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde] verweert zich op, kort gezegd, de navolgende gronden. De betaling door Benco van genoemd bedrag van € 3.500,00 ziet niet op een lening aan [gedaagde] , maar op een voorschotbetaling aan Provendi vanwege de door haar voor Benco verrichte werkzaamheden in het kader van de tussen Benco en Provendi gesloten managementovereenkomst. Benco en Provendi hebben hun samenwerking inmiddels beëindigd en hebben onderling al financieel afgerekend. In deze afrekening hebben Benco en Provendi het voorschot van € 3.500,00 meegenomen. [gedaagde] is derhalve geen terugbetaling van dit bedrag aan Benco verschuldigd.

5.De beoordeling

5.1.
Deze zaak draait om de vraag of [gedaagde] gehouden is het op 5 mei 2016 door Benco op de bankrekening van [gedaagde] gestorte bedrag van € 3.500,00 aan Benco terug te betalen. Deze vraag kan alleen bevestigend worden beantwoord, indien komt vast te staan dat de overschrijving van dit bedrag op de rekening van [gedaagde] ziet op een aan [gedaagde] door Benco verstrekte geldlening. Benco stelt dat dit het geval is, wat [gedaagde] betwist.
5.2.
Op basis van hetgeen partijen over en weer onder verwijzing naar verschillende documenten hebben aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat het bedrag van
€ 3.500,00 als een door Benco aan [gedaagde] verstrekte geldlening moet worden aangemerkt die moet worden terugbetaald. Hiertoe is het volgende redengevend.
5.3.
In het door [gedaagde] opgestelde verslag van de bespreking van 16 juli 2018 (productie 3 bij dagvaarding en hiervoor weergegeven onder 2.5.) staat geschreven dat [gedaagde] van mening is dat er in het verleden een renteloze lening vanuit Benco aan [gedaagde] in privé is verstrekt. Hieruit volgt dat [gedaagde] op dat moment zelf van mening was dat hij in principe een zeker bedrag aan Benco uit hoofde van een geldlening diende terug te betalen. Nu van het bestaan van een andere geldlening aan [gedaagde] niet is gebleken, moet het ervoor gehouden worden dat de opmerking in het gespreksverslag ziet op de overschrijving door Benco van het bedrag van € 3.500,00.
5.4.
Daarbij komt dat [gedaagde] in zijn e-mail van 31 juli 2018 (productie 7 bij conclusie van repliek en hierboven weergegeven onder 2.8.) expliciet heeft verzocht om kwijtschelding van het aan hem door Benco geleende bedrag. Uit de inhoud van de door [gedaagde] opgestelde en als bijlage bij voormeld e-mailbericht gevoegde conceptbrief (zie hierboven onder 2.9.) blijkt duidelijk dat het kwijtscheldingsverzoek ziet op het door Benco aan [gedaagde] in mei 2016 ter beschikking gestelde bedrag van € 3,500,00.
5.5.
[gedaagde] heeft hier tegen ingebracht dat Benco de betaling van het bedrag van
€ 3,500,00 in haar eigen boekhouding heeft verwerkt als een betaald voorschot aan Provendi, alsmede dat Benco dit in haar e-mail van 24 juli 2018 aan [gedaagde] heeft bevestigd, waarna Benco en Provendi/ [gedaagde] zijn overeengekomen dat deze betaling wordt meegenomen in de afrekening tegen finale kwijting tussen Benco en Provendi. [gedaagde] verwijst hierbij naar productie 5 en 6 bij conclusie van antwoord (hiervoor weergegeven onder 2.6. en 2.7.) en productie 5 en 6 bij conclusie van dupliek.
5.6.
De kantonrechter gaat voorbij aan dit verweer. Toegegeven moet worden dat uit de inhoud van de e-mail van 24 juli 2018 met bijlage (zie 2.6. en 2.7.) blijkt dat tussen Benco enerzijds en [gedaagde] / Provendi anderzijds is onderhandeld over de vraag of, en zo ja, de wijze waarop de betaling van het bedrag van € 3.500,00 in de financiële afrekening tussen Benco en Provendi moet worden betrokken. Echter, uit deze stukken blijkt niet dat partijen definitief zijn overeengekomen dat deze betaling als een voorschot aan Provendi moet worden beschouwd en in de finale afrekening tussen Benco en Provendi moet worden meegenomen. De e-mail met bijlage betreft slechts een door Benco aan Provendi gedaan voorstel, maar dat Provendi dit voorstel heeft aanvaard en dat betrokken partijen hierover definitieve overeenstemming hebben bereikt, wat is betwist, is niet komen vast te staan. Het bestaan van deze overeenstemming kan, anders dan [gedaagde] meent, evenmin worden afgeleid uit de inhoud van de overige bij dupliek overgelegde producties waar [gedaagde] naar verwijst.
5.7.
Bovendien is de volgens [gedaagde] op 24 juli 2018 bereikte overeenstemming in tegenspraak met de inhoud van de daarna door [gedaagde] op 31 juli 2018 verzonden e-mail met bijlage, waarin [gedaagde] expliciet voor zichzelf verzoekt om kwijtschelding van het in dit geding gevorderde bedrag.
5.8.
De kantonrechter acht de omstandigheid dat Benco de betaling van € 3.5000,00 aanvankelijk in haar boekhouding heeft opgenomen als een betaling aan Provendi, niet van doorslaggevend belang. Benco heeft namelijk bij repliek gesteld dat dit op een vergissing berust en dat zij dit in de jaarrekening van 2018 heeft gecorrigeerd. Dit laatste is door [gedaagde] niet weersproken.
5.9.
Nu aldus is komen vast te staan dat [gedaagde] van Benco een bedrag van € 3,500,00 heeft geleend, is hij terugbetaling van dit bedrag verschuldigd. Omdat gesteld noch gebleken is dat terugbetaling of kwijting anderszins heeft plaatsgevonden, zal [gedaagde] tot terugbetaling worden veroordeeld.
5.10.
De gevorderde rente, waartegen geen verweer is gevoerd, ligt eveneens voor toewijzing gereed.
5.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten zijn begroot als na te melden. Omdat Benco zich in dit geding zich door haar bestuurder heeft laten vertegenwoordigen en geen afzonderlijke gemachtigde heeft ingeschakeld, is het salaris gemachtigde begroot op nihil. De gevorderde rente over de proceskosten is toewijsbaar als na te melden. De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als na te melden.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Benco van een bedrag van € 3,500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 oktober 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Benco tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 103,07
griffierecht € 486,00
salaris gemachtigde nihil ;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente over voornoemde kosten, te berekenen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten worden gemaakt, met een maximum van € 120,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter