ECLI:NL:RBNHO:2020:5201

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
13 juli 2020
Zaaknummer
AWB - 19_3005
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep inzake huur- en zorgtoeslag

Eiseres stelde beroep in tegen een beslissing op bezwaar van de Belastingdienst inzake huur- en zorgtoeslag over 2018. De Belastingdienst herzag het besluit en verklaarde het bezwaar gegrond. Hierop trok eiseres het beroep in en verzocht gelijktijdig om een proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb.

De rechtbank stelde vast dat het beroep was ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van de Belastingdienst en dat het verzoek om proceskostenvergoeding tijdig was ingediend. De Belastingdienst stemde in met vergoeding van één punt voor het beroepschrift.

De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten ad €525, inclusief het door eiseres betaalde griffierecht van €47, conform de bepalingen in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van €525 aan proceskosten na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats Alkmaar
Sector bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/3005

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.J.A. Leijen),
en

de inspecteur van de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 3 juli 2019 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 11 juni 2019 (het bestreden besluit) inzake huurtoeslag en zorgtoeslag over het jaar 2018.
Verweerder heeft bij brief van 25 november 2019 het bestreden besluit herzien en het bezwaar gegrond verklaard.
Eiseres heeft het beroep bij brief van 8 mei 2020 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiseres verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
De rechtbank heeft bij brief van 13 mei 2020 verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft bij brief van 18 mei 2020 gereageerd. Verweerder stelt dat hij zich kan vinden in een proceskostenvergoeding van één punt voor het schrijven van het beroepschrift door de gemachtigde van eiseres.
Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan eiseres is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiseres en dat eiseres tegelijk met de intrekking van het beroep heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
4. Nu verweerder heeft toegezegd de proceskosten te vergoeden zal de rechtbank verweerder hierin volgen.
5. De kosten die eiseres vergoedt wensen te zien, hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 525 in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 1).
6. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient het door eiseres betaalde griffierecht van € 47 te worden vergoed door verweerder.

BeslissingDe rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 525.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van
M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.