Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het object is nagenoeg even groot als de woning. Gelet op het verschil in onderlinge staat en uitstraling is de waarde evident te hoog.
- de woning is al geruime tijd niet gemoderniseerd en heeft achterstallig onderhoud;
- de linkermuur heeft aanzienlijke vochtproblemen vanwege een kier tussen de woning en de naastgelegen woning;
- er is sprake van matige isolatie;
- de kelder is meegeteld als woonruimte maar is niet bewoonbaar en
- de voorzieningen (badkamer en keuken) zijn zeer verouderd.
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten dan ook alle dienen ter onderbouwing van de waarde van de woning op de waardepeildatum.
Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat de kwaliteit van het vergelijkingsobject [F] een “4” (goed) is. Verweerder daarentegen heeft in dit verband ter zitting verklaard dat hem uit eigen wetenschap bekend is dat de kwaliteit van dit vergelijkingsobject gemiddeld is. De rechtbank heeft geen reden aan verweerders verklaring ter zitting te twijfelen en zij gaat derhalve hiervan uit.
Gelet hierop alsmede gelet op de overige verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten, een en ander zoals vermeld in de bij het waarderapport overgelegde matrix, kan niet worden gezegd dat de vastgestelde waarde in een onjuiste verhouding staat tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.