ECLI:NL:RBNHO:2020:5138
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting niet van toepassing wegens kunstmatige constructie
Eiseres, een Belgische houdstervennootschap met een minderheidsbelang in een Nederlandse vennootschap en bezit van twee oldtimerauto's, vorderde inhoudingsvrijstelling dividendbelasting. De rechtbank stelde vast dat eiseres geen kantoorruimte heeft, geen personeel in dienst heeft en geen economische activiteiten verricht, behalve het houden van het belang en het bezit van oldtimers.
De rechtbank toetste de constructie aan artikel 4, derde lid, aanhef en onderdeel c van de Wet op de dividendbelasting 1965, in samenhang met EU-recht en jurisprudentie van het Hof van Justitie EU. Daarbij werd vastgesteld dat het hoofddoel of een van de hoofddoelen van het houden van het belang was om Nederlandse dividendbelasting te ontgaan en dat sprake was van een volstrekt kunstmatige constructie zonder economische realiteit.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een economische en commerciële rechtvaardiging bestaat voor haar bestaan en het belang in de Nederlandse vennootschap. De inhoudingsvrijstelling kon daarom niet worden toegepast en het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting af wegens een volstrekt kunstmatige constructie.