Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer 15 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. S.L. Sarin),
(gemachtigde: P. van Dongen).
Rechtbank Noord-Holland
Eiser stelde beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin werd vastgesteld dat hij verwijtbaar werkloos was en daarom geen WW-uitkering zou ontvangen. Tijdens de procedure wijzigde verweerder het besluit en erkende het recht op een WW-uitkering, waarna eiser het beroep introk en tegelijk verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan en dat het verzoek om proceskostenvergoeding terecht was. De kosten betroffen professionele rechtsbijstand en griffierecht, welke volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Awb voor vergoeding in aanmerking kwamen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van € 1050,- aan proceskosten, bestaande uit kosten voor beroepsschrift en zitting, plus griffierecht van € 47,-. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Kos op 15 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1050,- aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.