Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 20 augustus 2019 (dossierpagina’s 21 tot en met 28);
- het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank van 22 oktober 2019, waarin opgenomen de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van verhoor door de politie van 7 november 2019, waarin opgenomen de bekennende verklaring van verdachte (dossierpagina’s 196 tot en met 208).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
De Raad acht daarom een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel met gespecialiseerde behandeling het meest passend.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
zes (6) maanden.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.185,-(zegge: drieduizend honderdvijfentachtig euro), bestaande uit € 185,- (zegge: honderdvijfentachtig euro) voor de materiële en
€ 3.000,- (zegge: drieduizend euro) voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
0 dagen.