De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden wegens medeplegen van zes vermogensdelicten, waaronder vier bedrijfsinbraken, een poging tot diefstal en schuldheling. De feiten vonden plaats tussen september 2018 en juli 2019 in verschillende gemeenten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de primair ten laste gelegde inbraak op 9 juli 2019 en van twee andere feiten wegens onvoldoende bewijs. Voor de overige feiten achtte de rechtbank het bewijs, waaronder camerabeelden en herkenningen door verbalisanten, wettig en overtuigend. Verdachte had een grote hoeveelheid gestolen gereedschappen in zijn bezit en werd herkend op beelden van inbraken.
De rechtbank motiveerde de straf met het recidivekarakter van verdachte, de ernst van de feiten en het ontbreken van enige blijk van berouw. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen vanwege onvoldoende onderbouwing. Het eerder geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.