Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
€ 13.7900,00
10.Conclusie
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
- anders dan [eiser] - niet juridisch liet bijstaan en uit de conclusie van antwoord kan worden opgemaakt dat Laan zich op dat moment onder druk gezet voelde om mee te werken. Eveneens is van belang dat Laan al tijdens het onderzoek bedenkingen hierover had en dat toen ook, en ook direct daarna, tegenover [eiser] en de deskundige heeft geuit. Ook heeft Laan geen inspraak of betrokkenheid gehad bij de keuze van de in te schakelen deskundige, wat voor de hand zou liggen wanneer een onafhankelijk en bindend advies de bedoeling zou zijn. Dit geldt te meer nu de ingeschakelde deskundige al eerder op verzoek van en voor [eiser] per email zijn mening had gegeven over de door [eiser] geconstateerde scheurvorming in en rond de voegen. Tot slot kan noch uit de - door de gemachtigde van [eiser] opgestelde - formulering van de deskundigenopdracht (waarin onder meer wordt gesproken over “cliënt” en “wederpartij”) zelf, noch uit het expertiserapport worden afgeleid dat een bindend advies de bedoeling was. Verdere feiten of omstandigheden om te kunnen oordelen dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Laan met haar akkoord in de email van 11 juni 2019 de wil en bedoeling had om de door [eiser] gestelde voorwaarden te aanvaarden, zijn niet gesteld en ook niet gebleken.
6.De beslissing
5 augustus 2020voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiser] met het doel als hiervoor onder 5.7 tot en met 5.10 (over het gebruik van OSB plaatmateriaal en kimband) is vermeld;