Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- [appellant], vergezeld door [A.] (beschermingsbewindvoerder) en bijgestaan door mr. Deijkers voornoemd;
- [B.], (waarnemend) bewindvoerder.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde het hoger beroep van een schuldenaar tegen de beschikking van de rechter-commissaris die het verzoek tot behoud van zijn woning in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) had afgewezen.
De schuldenaar was eigenaar van een woning met een overwaarde van circa €20.000 en kon deze overwaarde niet anders dan via verkoop in de boedel brengen. Hij stelde dat verkoop van de woning zou leiden tot dakloosheid en ernstige nadelige gevolgen voor de relatie met zijn minderjarige zoon, en dat dit de doelstelling van de Wsnp zou ondermijnen.
De rechter-commissaris had het verzoek afgewezen omdat onvoldoende was onderbouwd dat alternatieve woonruimte niet beschikbaar was. De rechtbank oordeelde dat het uitgangspunt in de Wsnp is dat de woning wordt verkocht, maar dat hiervan kan worden afgeweken bij een belangenafweging tussen het belang van de schuldenaar op een schone lei en het belang van schuldeisers.
De rechtbank vernietigde de beschikking van de rechter-commissaris en bepaalde dat de woning pas na zes maanden te koop gezet zal worden, zodat de schuldenaar de gelegenheid krijgt om alternatieve woonruimte te vinden. Na deze termijn kan de rechter-commissaris toestemming geven voor verkoop, rekening houdend met de inspanningen van de schuldenaar.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de woning pas na zes maanden te koop wordt gezet om de schuldenaar de gelegenheid te geven alternatieve woonruimte te vinden.