ECLI:NL:RBNHO:2020:4970
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening
Verzoekers hadden een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van verweerder om hun uitkering op grond van de Participatiewet in te trekken vanwege een niet gemelde taxionderneming. Nadat verweerder was tegemoetgekomen door het verstrekken van voorschotten op basis van de gehuwdennorm, trokken verzoekers hun verzoek tot voorlopige voorziening in. Tegelijkertijd verzochten zij om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb bij intrekking wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan in de kosten kan worden veroordeeld. Verweerder heeft geen verweer gevoerd en partijen stemden in met afdoening zonder zitting.
De proceskosten betreffen de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand en worden vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wordt verweerder aanbevolen het griffierecht van €48,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Kos en griffier N. Joacim zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten na intrekking van het verzoek tot voorlopige voorziening.