Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Medemblik, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
De inhoud van de woning is 390 m³ en de oppervlakte van het perceel is 770 m². De woning is voorzien een aanbouw en een garage. Op het perceel rust een erfdienstbaarheid (recht van overpad) ten behoeve van het naburige erf ter grootte van 100 m².
Aanslagdatum: 24-02-2018
Aanslagdatum: 24-02-2018
Naar aanleiding van uw bezwaarschrift namens uw cliënt [X] tegen de waardebeschikking 2018, beschikkingsnummer [# 2] , deel ik u het volgende mee.
Ontvankelijkheid
Aanslagdatum: 24 februari 2018
Ondergetekende:
Aanslagdatum: 24 februari 2018
Onderwerp: intrekking bezwaarschrift
De drie door verweerder aangevoerde vergelijkingsobjecten [F] , [G] en [H] zijn goed vergelijkbaar met de woning. Echter, er dient wel rekening gehouden te worden met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. Eisers taxateur heeft een matrix opgesteld waarbij wel rekening is gehouden met de verschillen. Als bewijsondersteuning zijn daartoe de gegevens vanuit Realworks toegevoegd. Er is bij de prijzen per kubieke meter geen rekening gehouden met de afnemende meeropbrengst, althans dit is niet inzichtelijk gemaakt. Verder is onvoldoende rekening gehouden met de erfdienstbaarheid ten behoeve van de garage van de buren. De door verweerder hiervoor gehanteerde aftrek is te laag en dient te worden vastgesteld op € 14.577.