ECLI:NL:RBNHO:2020:4769

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2020
Publicatiedatum
1 juli 2020
Zaaknummer
HAA 19/3846 en 19/3847 V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in belastingaanslagzaken ongegrond verklaard

Opposant heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar met betrekking tot de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet over 2013. De rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat opposant niet binnen de gestelde termijn gronden had overgelegd en het beroepschrift niet had ondertekend. Tevens verklaarde de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek om uitstel van betaling.

Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in en verzocht om een zitting, maar verscheen niet op de zitting van 26 juni 2020. Zijn verzoek om uitstel van de verzetzitting werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het verzet ongegrond is omdat opposant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd en de eerdere motivering van de rechtbank standhoudt.

De rechtbank handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen en de onbevoegdverklaring ten aanzien van het verzoek om uitstel van betaling. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 19/3846 en 19/3847 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2020 op het verzet van

[X] , te [Z] , opposant.

Procesverloop

Opposant heeft tegen de uitspraak op bezwaar van 29 juli 2019 inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2013 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet 2013 van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 28 oktober 2019 heeft de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk verklaard en zich, zoverre het verzoek van opposant zich richt tegen uitstel van betaling, onbevoegd verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposant heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. Opposant is niet verschenen.

Overwegingen

1. De griffier heeft opposant bij brief van 29 mei 2020 in de gelegenheid gesteld om over het verzet te worden gehoord op 26 juni 2020. Bij fax van 2 juni 2020 heeft opposant verzocht die verzetzitting uit te stellen. Dit verzoek om uitstel heeft de rechtbank afgewezen bij brief van 4 juni 2020. De rechtbank heeft, het belang van opposant afwegende tegen het algemeen belang van een doelmatige procesgang, geen aanleiding gezien opposant opnieuw in de gelegenheid te stellen om over het verzet te worden gehoord. Bij deze beslissing is mede acht geslagen op het feit dat in deze zaak een boete is opgelegd. De rechtbank beslist hierbij dan ook op het verzet van opposant.
2. De rechtbank heeft in de beroepszaken uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de gestelde termijn de gronden heeft overgelegd. Ook heeft opposant het beroepschrift niet ondertekend. Daarnaast heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het verzoek van opposant om uitstel van betaling.
3. Opposant heeft in zijn verzetschrift met betrekking tot de uitspraak van de rechtbank van 28 oktober 2019 uitsluitend aangevoerd dat de beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Ondanks daartoe door de rechtbank bij aangetekende brief van 4 november 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld heeft opposant verder niets aangevoerd. De rechtbank ziet in zoverre dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 28 oktober 2019. Voorts heeft de rechtbank zich ten aanzien van het verzoek tot uitstel van betaling terecht onbevoegd verklaard. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2020.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.