ECLI:NL:RBNHO:2020:4764

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juli 2020
Publicatiedatum
1 juli 2020
Zaaknummer
HAA 20/99 V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Opposant stelde dat de aangetekende nota niet tijdig was ontvangen omdat deze onvindbaar was bij het postagentschap en onbestelbaar was geretourneerd aan de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was gewaarborgd dat de aangetekende brief tijdig was ontvangen, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring niet buiten redelijke twijfel stond.

De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en vernietigde de eerdere buiten-zittinguitspraak. De procedure wordt hervat in de stand waarin deze verkeerde voordat de niet-ontvankelijkverklaring werd uitgesproken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.K.A. Efstratiades op 2 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het afschrift.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, waardoor de procedure wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/99 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2020 op het verzet van

[X] , te [Z] , opposant.

Procesverloop

Opposant heeft op 13 november 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn van 11 oktober 2019.
Bij uitspraak van 10 april 2020 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de gestelde termijn het verschuldigde griffierecht heeft voldaan.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank onder meer aan dat de per gewone post toegezonden griffierechtnota door toedoen van zijn dochtertje onder een stapel andere papieren is beland en dat de nota pas kortgeleden is teruggevonden. De aangetekende brief van het betalingsverzoek moet op het postagentschap hebben gelegen. Opposant heeft aldaar twee maal navraag gedaan maar men heeft de aangetekende brief niet kunnen vinden. Toen de nadien per gewone post toegezonden kopie van de aangetekende nota alsnog werd bezorgd, heeft opposant het griffierecht direct voldaan.
4. Nu opposant de (tijdige) ontvangst van de aangetekend verzonden nota ontkent, deze brief niet traceerbaar bleek bij het postagentschap én uit het ‘Track & Trace’-systeem van PostNL is gebleken dat de aangetekende nota onbestelbaar aan de rechtbank is geretourneerd is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aangetekende brief (tijdig) is ontvangen door opposant.
5. Hieruit volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. De uitspraak is gedaan op 2 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.