Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Voormeld beginsel staat eraan in de weg dat het indienen van een bezwaarschrift er toe leidt dat de indiener via de heroverweging door het bestuursorgaan in een slechtere positie geraakt dan zonder de bezwaarprocedure mogelijk zou zijn. Ingevolge artikel 3.5., zesde lid, van het Besluit SUWI wordt, indien uit de analyse, bedoeld in het derde lid en vierde lid, blijkt dat een persoon geen drempelfunctie of voor een deel één drempelfunctie kan uitvoeren, de persoon niet geacht in staat te zijn het minimumloon te verdienen met dien verstande dat de beperkingen of belemmeringen die een persoon ondervindt naar verwachting nog ten minste voor 6 maanden na de beoordeling zullen bestaan.
In reactie op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 13 februari 2020 aanvullend gerapporteerd. In die rapportage heeft hij inzichtelijk, op basis van de door eiseres overgelegde recente medische informatie, nader uiteengezet dat en waarom de lichamelijke klachten van eiseres niet te verklaren zijn door objectieve relevante lichamelijke afwijkingen met als conclusie dat eiseres niet meer beperkt is dan in bezwaar reeds is aangenomen.
Niet gebleken is dat de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep inconsistenties bevatten of niet concludent zijn. De rechtbank ziet in hetgeen door eiseres is aangevoerd geen reden aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te twijfelen.