Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- de capuchon van deze [slachtoffer] te pakken en hem naar achter te trekken/drukken en/of
- een mes te pakken en/of te tonen en/of naast het hoofd van deze [slachtoffer] te houden en/of
- tegen het portier van deze [slachtoffer] te gaan staan om te voorkomen dat deze [slachtoffer] zou vluchten en/of
- aan het t-shirt van deze [slachtoffer] te trekken.
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 15 februari 2020 (dossierpagina 14 tot en met 17);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2020 (dossierpagina 56 tot en met 74).
- de capuchon van deze [slachtoffer] te pakken en hem naar achter te trekken en
- een mes te pakken en te tonen en naast het hoofd van deze [slachtoffer] te houden en
- tegen het portier van deze [slachtoffer] te gaan staan om te voorkomen dat deze [slachtoffer] zou vluchten en
- aan het t-shirt van deze [slachtoffer] te trekken.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partij [slachtoffer] en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
ÉÉNHONDERD TWINTIG (120) DAGEN.
negenvijftig (59) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
of:
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.007,31, bestaande uit € 107,31 als vergoeding voor de materiële schade en € 900,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.007,31,bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
twintig (20) dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de vervangende gijzeling de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.