ECLI:NL:RBNHO:2020:4411
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag
Verzoeker diende een aanvraag voor bijstand in nadat hij zijn werk verloor door de coronacrisis. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoeker niet tijdig alle benodigde informatie en bewijsstukken had aangeleverd. Verzoeker betoogde dat de hersteltermijn te kort was en dat hij door omstandigheden niet tijdig kon reageren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gevraagde gegevens relevant en redelijkerwijs te verkrijgen waren door verzoeker. De hersteltermijn werd als redelijk beschouwd, ook al was de termijn kort. Verzoekers argumenten over onmogelijkheid tot tijdige aanlevering werden niet gevolgd, mede omdat hij niet alle bewijsstukken had kunnen overleggen.
Gezien het ontbreken van voldoende gegevens kon niet worden vastgesteld of verzoeker recht had op bijstand. De voorzieningenrechter zag geen redelijke kans van slagen voor het bezwaar en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.