ECLI:NL:RBNHO:2020:4276
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening handhaving Wet natuurbescherming bij project woningbouw
Verzoekster heeft bij de rechtbank Noord-Holland een voorlopige voorziening gevraagd tegen Gedeputeerde Staten van Noord-Holland om handhavend op te treden tegen een derde partij die een woningbouwproject uitvoert in de [A]. Verzoekster stelde dat de Wet natuurbescherming werd overtreden doordat beschermde diersoorten niet adequaat werden beschermd en compensatiegebieden onvoldoende waren ingericht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze procedure niet geschikt is voor een diepgaande inhoudelijke beoordeling, maar dat een belangenafweging moet plaatsvinden. Enerzijds is er het grote maatschappelijke belang bij voltooiing van het woningbouwproject, anderzijds het belang van verzoekster bij behoud van beschermde soorten.
Hoewel verzoekster haar zorgen uitte over de kwaliteit en kwantiteit van het compensatiegebied en de plaatsing van faunaschermen, kon zij onvoldoende aannemelijk maken dat de overtredingen daadwerkelijk plaatsvonden of dat de gunstige staat van instandhouding van de soorten in gevaar is.
De voorzieningenrechter concludeert dat het risico van onomkeerbare schade onvoldoende is aangetoond en dat het belang van de voortzetting van het project zwaarder weegt. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot handhaving van de Wet natuurbescherming wordt afgewezen.