ECLI:NL:RBNHO:2020:4267
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens vermeende schending informatieplicht
Verzoekster ontving sinds 2015 bijstand en had twee minderjarige kinderen. Na het aantreffen van de vader van de kinderen op haar adres trok het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen de bijstand per 4 november 2019 in wegens vermeende schending van de informatieplicht. Tevens werd een bedrag teruggevorderd.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat zij in een schuldsaneringstraject zit en dat het intrekken van de bijstand tot ernstige financiële problemen zou leiden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoekster voldoende spoedeisend was en dat de bewijslast voor intrekking bij de gemeente lag.
Omdat nog onduidelijk was of de intrekking terecht was en de belangen van de minderjarige kinderen en het schuldsaneringstraject zwaar wogen, besloot de voorzieningenrechter de bijstand voorlopig voort te zetten tot de beslissing op bezwaar. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat de bijstand aan verzoekster wordt voortgezet tot de beslissing op bezwaar is genomen.