Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Verweer
5.Beoordeling
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een geschil tussen ouders over de vaststelling van kinderbijdrage en bijdrage voor een jongmeerderjarige. De moeder verzocht om vaststelling van een bijdrage met terugwerkende kracht vanaf 31 december 2004, terwijl de vader een lagere bijdrage wenste. Beide partijen betwistten de verdiencapaciteit van de ander vanwege gezondheidsproblemen, maar leverden onvoldoende bewijs.
De rechtbank baseerde zich op de werkelijk gegenereerde inkomens van de ouders en niet op fictieve verdiencapaciteiten, om de gezondheid van partijen en het belang van de kinderen te waarborgen. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op basis van het Tremarapport en de Wet Studiefinanciering 2000, waarbij rekening werd gehouden met studiekosten en zorgtoeslag.
De vader werd verplicht een kinderbijdrage te betalen van €295,79 per maand vanaf 4 juni 2014 tot 4 juni 2019, met jaarlijkse wettelijke indexering vanaf 1 januari 2015, minus reeds betaalde bedragen. Vanaf 5 juni 2019 moet hij €280,50 per maand bijdragen voor zowel de jongmeerderjarige als de minderjarige, waarbij de bijdrage voor de jongmeerderjarige rechtstreeks aan haar wordt betaald. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderbijdrage vast met ingang van 4 juni 2014 en bepaalt de bijdrage voor de jongmeerderjarige en minderjarige vanaf juni 2019, rekening houdend met draagkracht en wettelijke indexering.