ECLI:NL:RBNHO:2020:4027
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning te Medemblik voor 2019
Eiser, eigenaar van een vrijstaande woning gebouwd in 1930 te Medemblik, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van € 391.000 voor het kalenderjaar 2019. Eiser stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld en pleit voor een maximale waarde van € 360.000, onder meer vanwege het matige voorzieningenniveau van de woning en vergelijkingen met drie vergelijkbare objecten die recentelijk zijn verkocht.
Verweerder heeft een matrix overgelegd waarin de woning en de vergelijkingsobjecten zijn opgenomen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in ligging, inhoud, perceelgrootte, kwaliteit en voorzieningenniveau. Ondanks dat de voorzieningen in de woning ouder zijn, is verweerder uitgegaan van een gemiddeld voorzieningenniveau, wat door eiser niet effectief is betwist.
De rechtbank oordeelt dat het verweerschrift, hoewel laat ingediend, toelaatbaar is omdat partijen in de bezwaarprocedure al uitvoerig argumenten hebben uitgewisseld. De rechtbank acht de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en vindt dat verweerder zijn bewijslast heeft voldaan. De gehanteerde indexeringspercentages zijn niet onbegrijpelijk en het ontbreken van overgelegde indexeringsstaffels is niet onrechtmatig.
Gelet op deze overwegingen is de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 391.000 wordt ongegrond verklaard.