ECLI:NL:RBNHO:2020:4025
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de WOZ-waarde van een twee-onder-een-kapwoning te Medemblik
Eiser, eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning in Medemblik, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €190.000 voor het kalenderjaar 2019. Eiser stelde dat de waarde maximaal €160.000 zou moeten zijn, onderbouwd met verkoopgegevens van vergelijkingsobjecten die volgens hem een lagere waarde rechtvaardigen.
Verweerder baseerde de vaststelling op een waardematrix met vergelijkingsobjecten die qua type, bouwjaar, ligging en omvang voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn bewijslast had voldaan en dat de toegepaste methode, gebaseerd op inhoudsmaatvoering volgens NEN 2580 en correctie op basis van locatie, staat van onderhoud en voorzieningen, redelijk was.
De rechtbank verwierp het verweer dat het verweerschrift te laat was ingediend, omdat partijen in de bezwaarfase al uitvoerig schriftelijk hadden gecommuniceerd en eiser voldoende tijd had om het verweerschrift te beoordelen. Gelet op de onderbouwing en de vergelijking met andere objecten achtte de rechtbank de vastgestelde waarde niet te hoog en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €190.000 wordt ongegrond verklaard.