Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
[derde belanghebbende], te [woonplaats] (Turkije), gemachtigde: [naam 1] .
Rechtbank Noord-Holland
De werkneemster was gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WIA-uitkering. De werkgever stelde beroep in tegen het besluit om de uitkering voort te zetten na een herbeoordeling die de arbeidsongeschiktheid op 43,21% vaststelde.
De rechtbank oordeelt dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig en deugdelijk is uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen, waaronder een urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week, voldoende gemotiveerd op basis van preventieve gronden en het medisch toestandsbeeld.
De werkgever kon onvoldoende onderbouwen dat het onderzoek niet aan kwaliteitseisen voldeed. De werkneemster heeft geen zelfstandig beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de rechtbank ziet geen aanleiding om het besluit te vernietigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de voortzetting van de WIA-uitkering blijft gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de voortzetting van de WIA-uitkering wordt bevestigd.