ECLI:NL:RBNHO:2020:3958
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing vergelijkingsobjecten
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2019, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld op €262.000 en niet hoger mag zijn dan €230.000. Eiser voert aan dat de vergelijkingsobjecten onjuist zijn gewaardeerd, met name ten aanzien van de doelmatigheid, voorzieningen en ligging.
Verweerder heeft een taxatierapport en waardematrix overgelegd met drie vergelijkingsobjecten die qua type, ligging en omvang voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. Verweerder heeft de kwalificaties van ligging, voorzieningen en doelmatigheid onderbouwd en gemotiveerd waarom de waarderingen van de vergelijkingsobjecten terecht zijn zoals vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de bewijslast heeft voldaan en dat de toegewezen waarde in redelijke verhouding staat tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten. De grieven van eiser leiden niet tot een lagere waardering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.