ECLI:NL:RBNHO:2020:3951

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juni 2020
Publicatiedatum
27 mei 2020
Zaaknummer
Awb - 20_1522
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:15 AwbArt. 7:10 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen bezwaar vennootschapsbelasting

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2016. De rechtbank stelt vast dat de termijn voor het beslissen op het bezwaar uiterlijk op 2 maart 2020 verstreken moest zijn.

Eiseres stuurde op 13 februari 2020 een ingebrekestelling aan de inspecteur, maar op dat moment was de inspecteur nog niet in gebreke. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en niet geldig volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Omdat een geldige ingebrekestelling ontbreekt, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 2 juni 2020.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/1522

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiseres,

(gemachtigde: [A] )
en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Breda, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 18 maart 2020 bij de rechtbank Amsterdam beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van 18 december 2020, gericht tegen de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2016, aanslagnummer [#] met dagtekening 7 december 2019.
Bij brief van 20 maart 2020 heeft de griffier van rechtbank Amsterdam, op grond van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroepschrift van eiseres van 18 maart 2020 naar de rechtbank doorgezonden ter verdere behandeling van de beroepschriften.
Op 24 april 2020 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
Ingevolge artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Awb is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht.
Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
5. Op grond artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, bedraagt de termijn voor het beslissen op een bezwaarschrift zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. Gelet op het voorgaande had verweerder uiterlijk twaalf weken na 7 december 2019, derhalve op 2 maart 2020, op het bezwaar moeten beslissen. Eiseres heeft verweerder bij brief van 13 februari 2020 meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig te beslissen. Uit het vorenoverwogene volgt dat verweerder op 13 februari 2020 nog niet in gebreke was te beslissen op het bezwaar en de ingebrekestelling dus niet geldig is. Nu er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling zoals bedoeld in artikel 6:12 van Pro de Awb, is het beroep niet-ontvankelijk.
6. Het beroep is niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.
Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.