Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Noord-Holland
Eiser werd diverse malen rijdend gesignaleerd in een Volkswagen Golf GTI met Duits kenteken, geregistreerd op naam van zijn zwager. Na een waarschuwing legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag BPM en een verzuimboete van 10% op aan eiser.
Eiser betoogde dat hij geen eigenaar was en de auto slechts kortstondig in bruikleen had, waardoor de aanslag onterecht zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het niet om eigendom gaat, maar om feitelijk ter beschikking staan van de auto. Gezien het langdurige gebruik en de omstandigheden was de auto feitelijk ter beschikking van eiser.
Eiser maakte geen aanspraak op vrijstelling van BPM en kon de boete niet gemotiveerd laten matigen. De rechtbank wees het beroep af, bevestigde de naheffingsaanslag en boete, en verleende vrijstelling van griffierecht vanwege zijn financiële situatie.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslag BPM en verzuimboete van 10% aan eiser wegens feitelijk ter beschikking staan van de Duitse auto.