Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- acute maatschappelijke teloorgang.
3.Beslissing
24 juni 2020.
Rechtbank Noord-Holland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (dementie). De burgemeester had eerder een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
De rechtbank hield een telefonische zitting vanwege de coronacrisis, waarbij betrokkene, haar advocaat, een arts ouderengeneeskunde, een verzorgende en de zoon van betrokkene werden gehoord. De raadsvrouw van betrokkene voerde aan dat de medische verklaring niet aan de wettelijke eisen voldeed, omdat de artsen verbonden waren aan de zorginstelling waar betrokkene verbleef, wat volgens artikel 30 lid 2 van Pro de Wet zorg en dwang niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelde echter dat de medische verklaring rechtsgeldig was opgesteld, omdat de specialist ouderengeneeskunde als freelancer op voldoende afstand stond van betrokkene en niet betrokken was bij haar behandeling. Gezien het ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, werd de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken verleend, tot en met 24 juni 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene voor zes weken.