Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Castricum om haar ambulante begeleiding te splitsen over twee zorgaanbieders, waarbij een deel van de begeleiding gericht is op gedragsverandering via RIBW K/AM. Verzoekster wenst de volledige zes uur begeleiding bij B&A Individuele Ondersteunende Begeleiding (IBO) te ontvangen, omdat zij geen cognitieve gedragstherapie wil en de begeleiding praktisch en uitvoerend van aard moet zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het primaire besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat er geen actueel medisch deskundig advies ten grondslag ligt aan de indicatie voor de begeleiding via RIBW K/AM, terwijl dit wel vereist is. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat de gedragsverandering via RIBW K/AM noodzakelijk is en acht een uitbreiding van de praktische begeleiding bij B&A IOB meer passend.
De voorlopige voorziening schorst het besluit voor zover het begeleiding via RIBW K/AM betreft en bepaalt dat zes uur begeleiding wordt geïndiceerd bij B&A IOB tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan verzoekster vergoed.