ECLI:NL:RBNHO:2020:3790
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing subsidie en taxatie natuurwaarde perceel
De zaak betreft een geschil over een subsidie voor functieverandering van een perceel in het kader van het project “De Maden”. Verweerder had de natuurwaarde van het perceel getaxeerd met een theoretische methodiek, terwijl eiseres uitging van de feitelijke beoogde inrichting. De rechtbank oordeelde dat de taxatie van de natuurwaarde gebaseerd moet zijn op wat minimaal nodig is om het natuurbeheertype te realiseren, en niet op het realisatieplan.
In een tussenuitspraak werd vastgesteld dat het taxatierapport van verweerder onvoldoende inzicht gaf in de gehanteerde methodiek, waardoor het bestreden besluit in strijd was met artikel 3:9 Awb Pro. Verweerder kreeg de gelegenheid het gebrek te herstellen door een nieuw taxatierapport op te stellen volgens de theoretische methodiek.
Verweerder diende een aanvullende motivering en taxatie in, waarin werd voldaan aan de gestelde eisen. De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van deze taxatie, omdat deze was opgesteld door een onafhankelijke deskundige en de rechtbank slechts terughoudend toetst. De taxatie van eiseres was gebaseerd op een onjuist uitgangspunt en werd daarom niet doorslaggevend geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:9 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres, waaronder een deel van de kosten voor het taxatierapport van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.