ECLI:NL:RBNHO:2020:3570
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Verzoeker is op 4 maart 2020 door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn rijbewijs ongeldig verklaard vanwege alcoholmisbruik, vastgesteld na meerdere aanhoudingen met hoge alcoholwaarden en medische onderzoeken. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen onverwijlde spoed was die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Verzoeker stelde dat hij het rijbewijs nodig had voor het ondersteunen van zijn ouders en het onderhouden van sociale contacten, maar kon dit niet voldoende onderbouwen met concrete dringende afspraken. Ook was het openbaar vervoer een alternatief.
De rechtbank concludeerde dat de bezwaarprocedure spoedig werd afgerond en dat het belang van verzoeker onvoldoende zwaar woog om het besluit te schorsen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen de uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.