ECLI:NL:RBNHO:2020:3366
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslag en immateriële schadevergoeding
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015, waarbij de aftrek van specifieke zorgkosten werd betwist. De Belastingdienst had de aftrekposten dieetkosten en kosten voor kleding en beddengoed niet erkend vanwege onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op de volledige aftrek, mede door het ontbreken van actuele en volledige dieetverklaringen en bewijs van aanschaf van kleding.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het betreft de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase en wijst deze toe aan eiser. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, die ruim twaalf maanden bedroeg. De overschrijding wordt toegerekend aan de bezwaarfase, aangezien de beroepsfase binnen de redelijke termijn is afgerond.
De rechtbank veroordeelt daarnaast verweerder tot betaling van proceskosten van €1.050 en het griffierecht van €47 aan eiser. Het beroep tegen de aanslag zelf wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de aftrekposten. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Walderveen en griffier E.H. Mazel op 6 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding toegekend, aftrek specifieke zorgkosten afgewezen.