ECLI:NL:RBNHO:2020:3170

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 mei 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
AWB - 19_5207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:24 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en niet-naleving procesvereisten

De erven van X hebben beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank stelde vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald, ondanks twee aanmaningen. Er was geen verontschuldiging voor het verzuim. Daarnaast voldeden de erven niet aan andere procesvereisten, zoals het tijdig overleggen van het besluit, een machtiging, een verklaring van erfrecht en het opgeven van een domicilieadres in Nederland.

De rechtbank concludeerde dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:41 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 1 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en niet-naleving van procesvereisten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
Zaaknummer: HAA 19/5207

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2020 in de zaak van

De erven van [X] , eisers

(gestelde gemachtigde: [A] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben bij brief van 30 september 2019, ter griffie ontvangen op 11 oktober 2019, tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 47. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij brief van 30 november 2019 eisers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eisers hebben niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 29 december 2019 eisers nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 9 januari 2020 is bezorgd op het woonadres in Curaçao van de gemachtigde.
4. Eisers hebben het griffierecht niet op tijd betaald.
5. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Verder merkt de rechtbank op dat eisers, gelet op de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, ook in verzuim zijn geweest binnen de gestelde termijn een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft over te leggen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:6 van Pro de Awb, zijn eisers ook in verzuim geweest binnen de gestelde termijn de gevraagde machtiging en een verklaring van erfrecht over te leggen en een domicilie adres in Nederland op te geven. Bij aangetekend verzonden brief van 29 november 2019 zijn eisers gewezen op deze verzuimen en zijn zij verzocht om deze uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eisers niet aan dit verzoek voldoen, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 12 december 2019 is bezorgd op het woonadres in Curaçao van de gestelde gemachtigde.
7. Eisers hebben binnen de door de rechtbank gestelde termijn niet gereageerd.
8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 1 mei 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.