Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Noord-Holland
Eiser ontvangt sinds januari 2018 een WIA-uitkering. Verweerder heeft een afschrift van het besluit tot definitieve berekening van de uitkering aan de voormalig werkgever van eiser gestuurd. Eiser maakte bezwaar tegen deze verstrekking van persoonsgegevens aan zijn voormalig werkgever, stellende dat dit in strijd is met de AVG. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond op grond van zijn wettelijke verplichting om besluiten aan belanghebbenden kenbaar te maken.
De rechtbank oordeelt dat het doorzenden van het besluit aan de voormalig werkgever een feitelijke handeling is en geen besluit in de zin van de Awb. Hierdoor is bezwaar tegen deze handeling niet ontvankelijk. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
De rechtbank wijst erop dat eiser niet betwist dat de voormalig werkgever informatie moet ontvangen, maar wel de wijze waarop. De zitting vond openbaar plaats, ondanks het verzoek van eiser om gesloten behandeling, omdat er geen bespreking van medische gegevens plaatsvond. De uitspraak is gedaan door rechter A.R. ten Berge en griffier J.H. Bosveld op 24 april 2020.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het doorzenden van het WIA-besluit aan de voormalig werkgever is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.