ECLI:NL:RBNHO:2020:2932
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-tijdige BPM-aangifte afgewezen wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de betaling van BPM over een geregistreerde Volkswagen Golf, maar diende dit bezwaar na de wettelijke termijn in. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiseres voerde aan dat zij de datum van betaling niet kende en dat zij niet was gehoord voorafgaand aan de beslissing.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken begon op de dag na de betaling (8 maart 2018) en eindigde op 19 april 2018. Het bezwaarschrift werd pas op 22 mei 2018 ontvangen, dus te laat. De stelling dat eiseres niet in verzuim was omdat zij niet wist wanneer de betaling plaatsvond, werd verworpen; het was aan haar om dit te onderzoeken.
Verder stelde eiseres dat zij niet was gehoord, maar de rechtbank stelde vast dat een hoorgesprek met haar gemachtigde had plaatsgevonden. De gemachtigde had echter geweigerd verder te discussiëren over de overige dossiers en had geen aanvaardbare redenen voor het niet verschijnen op eerdere hoorzittingen. Daarom was het redelijk dat de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de verzoeken om rentevergoeding en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 20 april 2020 in Haarlem.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de BPM-betaling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.