ECLI:NL:RBNHO:2020:2926
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen te late indiening BPM-aangifte afgewezen
Eiseres deed op 23 februari 2018 aangifte voor BPM en betaalde het bedrag op 6 maart 2018. Het bezwaar tegen deze betaling werd door verweerder op 22 mei 2018 ontvangen, wat na de wettelijke termijn van zes weken viel. De rechtbank oordeelde dat eiseres in verzuim was omdat zij niet tijdig bezwaar had ingediend, ook al was haar de exacte betaaldatum niet bekend.
Eiseres stelde dat zij niet verantwoordelijk was voor de betaling en dat verweerder haar niet had gehoord voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank stelde vast dat verweerder wel degelijk een hoorgesprek had gehouden met de gemachtigde van eiseres, maar dat deze bewust afzag van verdere discussie.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Vergoedingen voor rente of proceskosten werden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 20 april 2020 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de BPM-betaling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.