Eiser heeft op 6 januari 2020 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag van 2 januari 2020 om verlenging van de opvang die op 8 januari 2020 eindigde. Tevens vroeg eiser om een voorlopige voorziening. Op 10 januari 2020 trok eiser het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening in, met het verzoek om het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder stelde dat het besluit tot verlenging van de opvang op 3 januari 2020 was genomen en op 6 januari 2020 in de hangmap van eiser was gelegd, waardoor eiser tijdig op de hoogte kon zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen, omdat het besluit al was genomen en het beroep alleen kan worden ingesteld bij het uitblijven van een besluit.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot veroordeling in de proceskosten niet kan worden toegewezen en wees dit af. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Kos op 7 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.