Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
€ 3.041,73 bruto van eiser teruggevorderd.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering en werkt sinds 2013 als zelfstandige met inkomsten uit onderneming. Verweerder heeft de uitkering over 2015 en 2016 herzien en teruggevorderd wegens inkomsten, wat door de rechtbank eerder is bevestigd en in hoger beroep is bij de Centrale Raad van Beroep. Voor de periode 2017 heeft verweerder opnieuw de uitkering herzien en een bedrag van € 3.041,73 teruggevorderd, hetgeen eiser betwist.
Eiser voert aan dat de ondernemersaftrek ten onrechte is meegenomen in de berekening van de belastbare winst en dat hij geen begeleiding van verweerder heeft ontvangen. Tevens stelt hij dat zijn psychische problematiek dringende redenen vormt om van terugvordering af te zien. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de ondernemersaftrek terecht is meegenomen en dat terugvordering verplicht is.
De rechtbank stelt vast dat de psychische problematiek van eiser niet leidt tot een onaanvaardbare situatie die terugvordering zou moeten verhinderen. De werkzaamheden kunnen worden voortgezet zonder dat de terugvordering daartoe dwingt. Gezien het voorgaande wordt het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.