Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer en de tegenvordering
5.Het verweer tegen de tegenvordering
6.De beoordeling
de tegenvordering
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van onbetaalde facturen voor koeriersdiensten aan het bedrijf van gedaagde. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat partijen een afspraak hadden om met gesloten beurzen uit elkaar te gaan. Tevens vordert gedaagde een tegenvordering wegens schade aan zijn bedrijfsbus, inclusief eigen risico en bedrijfsschade.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde het bestaan van een afspraak om facturen niet te innen onvoldoende heeft onderbouwd, waardoor deze stelling wordt verworpen. Het beroep op verrekening wordt afgewezen omdat de gegrondheid niet eenvoudig vast te stellen is. De tegenvordering wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde dezelfde persoon is als degene die de schade heeft geleden en omdat de schade onvoldoende is gespecificeerd.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en wettelijke rente en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.568,11 plus wettelijke rente en proceskosten, tegenvordering wordt afgewezen.