Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Onvoldoende is gemotiveerd dat (juiste) toepassing van de tabel niet kan leiden tot de conclusie dat de arbeidsongeschiktheid van werkneemster het rechtstreekse gevolg is van haar zwangerschap/bevalling op basis van een postpartum depressie. Niet gemotiveerd is waarom er (kennelijk) geen sprake meer is van de eerder aangenomen depressieve klachten die als factor kunnen gelden. Evenmin heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep het bloedverlies als factor bij de beoordeling betrokken.
De rechtbank is bovendien niet overtuigd van het ontbreken van een oorzakelijk verband tussen de bevalling en de psychische klachten van werkneemster. Dat ook sprake is van andere stressfactoren betekent niet dat er geen verband kan bestaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft niet kenbaar bij de beoordeling betrokken dat werkneemster al direct na de bevalling kampte met klachten, maar dat zij zich pas ziek heeft gemeld toen bleek dat zij na de Wazo periode nog altijd niet in staat was aan het werk te gaan. Het tijdsverloop tussen de ziekmelding en de bevalling kan zonder nadere toelichting dan ook niet aan werkneemster worden tegengeworpen.
Verder is de rechtbank (in rechtsoverweging 5.7) van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van PTSS geen sprake is. De bedrijfsarts heeft gemotiveerd de diagnose gesteld. Het had op de weg van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gelegen om de bedrijfsarts en de behandelaars van werkneemster te raadplegen en die informatie bij de beoordeling moeten betrekken. Dit is ten onrechte nagelaten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 2;
- laat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit 2 in stand;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten van in totaal €1.050,-;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht ter hoogte van € 345,- aan haar te vergoeden.
F. Voskamp, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.