ECLI:NL:RBNHO:2020:2296
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering drank- en horecavergunning wegens gebruik valse identiteit en slecht levensgedrag
Eiser heeft op 23 november 2017 een aanvraag ingediend voor een drank- en horecavergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf. Verweerder heeft deze vergunningen geweigerd omdat eiser in enig opzicht van slecht levensgedrag is, onder meer vanwege het jarenlang gebruik van een valse naam en geboortedatum sinds zijn vestiging in Nederland in 1995.
Eiser voerde aan dat het strafbare feit was verjaard en dat hij een verzoek tot wijziging van zijn persoonsgegevens had ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat het gebruik van een valse identiteit een voortdurende handeling is en dat eiser voorafgaand aan of tijdens de aanvraag melding had moeten maken van zijn verzoek tot wijziging. Het gebruik van de valse identiteit bij de aanvraag was daarom terecht reden voor weigering.
De rechtbank stelde vast dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen van slecht levensgedrag en dat het gebruik van een valse identiteit in het maatschappelijk verkeer, vooral tegenover overheidsinstanties, als slecht levensgedrag geldt. De weigering van de vergunningen is in overeenstemming met de Drank- en Horecawet en de Algemene plaatselijke verordening Hoorn.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de drank- en horecavergunning en exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard.