ECLI:NL:RBNHO:2020:2285
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis ondanks coronarisico's bij ernstige drugshandel
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 25 maart 2020 een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van een verdachte die wordt verdacht van grootschalige handel in verdovende middelen, wapenbezit en gewoontewitwassen. De verdachte is sinds juni 2019 gedetineerd en eerdere verzoeken tot schorsing zijn reeds afgewezen vanwege de ernst van de feiten en het recidiverisico.
De verdediging voerde aan dat de coronacrisis bijzondere omstandigheden schept, zoals verhoogd gezondheidsrisico vanwege de leeftijd van verdachte, de detentieomstandigheden en de zorg voor een zieke moeder. Ook werd gewezen op mogelijke vertraging in het strafproces door de crisis. De rechtbank stelt dat het beoordelingskader voor schorsing ongewijzigd blijft en dat de ernst van het strafbare feit en het gevaar voor de maatschappij voorop staan.
Hoewel de coronacrisis de samenleving treft en detentie mogelijk zwaarder maakt, acht de rechtbank deze algemene omstandigheden onvoldoende om tot schorsing over te gaan. Er is geen concrete onderbouwing van een kwetsbare gezondheid van verdachte of zijn moeder. De mogelijke vertraging in het onderzoek is onzeker en niet voldoende aannemelijk gemaakt. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege de ernst van de verdenkingen en onvoldoende zwaarwegende persoonlijke omstandigheden ondanks de coronapandemie.