Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 2 februari 2020;
- de medische verklaring van 2 februari 2020.
2.Beoordeling
3.Beslissing
26 februari 2020.
Rechtbank Noord-Holland
De officier van justitie verzocht op 3 februari 2020 om voortzetting van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die op 2 februari 2020 was opgelegd. De mondelinge behandeling vond plaats op 5 februari 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een arts assistent en een verpleegkundige werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
De rechtbank constateerde een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel, namelijk ernstig lichamelijk letsel, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een bipolaire I stoornis met katatoon beeld. De ernst van de crisissituatie maakte het noodzakelijk de procedure voor een zorgmachtiging niet af te wachten.
De rechtbank stelde vast dat verplichte zorg noodzakelijk is in de vorm van opname, toediening van vocht, voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek aan kleding, lichaam en verblijfsruimte. De arts verzocht aanvullend beperkingen in vrijheid en bezoekrecht op te nemen, maar dit werd door de rechtbank afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, dat de zorg evenredig en effectief is, en dat rekening is gehouden met de bevordering van maatschappelijke deelname en veiligheid. Betrokkene verzette zich tegen de verplichte zorg. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor drie weken vanaf 5 februari 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de voortzetting van de crisismaatregel met bestaande verplichte zorg en wijst het verzoek tot aanvullende zorg af.