ECLI:NL:RBNHO:2020:11800
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- R.H.M. de Bruin
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- H. de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in belastingzaken wegens gebrek aan objectieve vrees voor partijdigheid
Verzoeker heeft op 6 oktober 2020 schriftelijk wraking gevraagd van de rechter die betrokken is bij meerdere belastingzaken waarin de vader van verzoeker was betrokken. Na het overlijden van zijn vader op 19 september 2020 is verzoeker direct belanghebbende geworden in deze zaken. Verzoeker had verzocht om uitstel van de mondelinge behandeling van de hoofdzaken vanwege de complexiteit en benodigde voorbereidingstijd, maar dit verzoek werd op 30 september 2020 door de rechter afgewezen.
Verzoeker stelde dat deze afwijzing zijn verweermogelijkheden schaadde en dat de rechter door deze beslissing de schijn van vooringenomenheid wekte, mede door vermeende disproportionele discriminatie ten opzichte van leden van de familie Van Oranje-Nassau. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 17 november 2020 waarbij verzoeker en de wederpartij niet verschenen, maar de rechter wel.
De wrakingskamer oordeelde dat de afwijzing van het uitstelverzoek een procesbeslissing is die niet kan leiden tot wraking, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die objectief wijzen op vooringenomenheid. Deze omstandigheden zijn niet gesteld of gebleken. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.