Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
(hierna te noemen: de GI) is niet ter zitting verschenen.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft op 10 juni 2020 tijdens een zitting een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij meerdere aanhangige zaken betreffende vervallen verklaringen en vervangende toestemmingen. Zij stelde dat de rechter partijdig was vanwege het niet honoreren van haar verzoek tot aanhouding, het niet aannemen van haar documenten en het feit dat de gecertificeerde instelling (GI) meer aan het woord was tijdens de zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 15 juni 2020, waarbij verzoekster en de rechter zijn gehoord. De GI was niet aanwezig. De kamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De kamer oordeelde dat het afwijzen van het verzoek tot aanhouding een procesbeslissing is die geen grond voor wraking vormt, tenzij deze onbegrijpelijk is. Dit was niet het geval. Ook was er geen sprake van onvoldoende spreektijd voor verzoekster, noch van partijdigheid door het niet aannemen van documenten, omdat het dossier al compleet was. Het feit dat de GI later de zaal verliet dan verzoekster werd verklaard door praktische omstandigheden en coronamaatregelen.
Gelet op deze overwegingen werd het wrakingsverzoek afgewezen. De kamer beval tevens dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.