ECLI:NL:RBNHO:2020:11756
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen aanslag inkomstenbelasting 2016
Verweerder legde eiser voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op van €48.000. Eiser diende een aangifte in die door verweerder als bezwaar werd opgevat, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, maar ook dit beroepschrift werd te laat ingediend. De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep ambtshalve en stelde vast dat de termijn van zes weken was verstreken.
Eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan een wisseling van accountant en dat de werkzaamheden pas begin februari 2020 gereed waren. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormden voor de te late indiening. Tevens wees de rechtbank erop dat het beroepschrift digitaal behandeld kon worden en dat de zitting ondanks een verzoek tot uitstel op 13 november 2020 plaatsvond, waarbij eiser niet verscheen.
Gelet op de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en diverse artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht, concludeerde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.H. de Soeten op 20 november 2020 in Haarlem.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.